BTL

Groener leven

BTL Bomendienst
  • BTL Algemeen
  • BTL Advies
  • BTL Bomendienst
  • BTL Realisatie
 
 
In uw browser is Javascript uitgeschakeld. Voor een goed werkende website is het noodzakelijk dat u Javascript aanzet.

Essentaksterfte; hoe zit het nu werkelijk?

In heel Nederland komt essentaksterfte voor, daarover bestaat geen enkele twijfel. Maar, hoe ga ik hier als beheerder mee om? Kennis en ervaring zijn zeer belangrijk. BTL Bomendienst heeft in de afgelopen jaren veel inspecties, quickscans, bij essen uitgevoerd. Een quickscan (QS) geeft inzicht in de huidige situatie en niet enkel in vage termen als goed, matig of slecht. Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek biedt deze QS de basis voor een gedegen voorbereiding hoe om te gaan met essentaksterfte én maakt het mogelijk inzicht te verkrijgen in het benodigde budget.

B15_Ets_Columnimageset_695x261.jpg
 

Nieuwe naamgeving

Vorig jaar is op basis van de aangepaste nomenclature een gedeelte van de naam van het valse essenvlieskelkje (Hymenoscyphus pseudoalbidus) samengevoegd met een afgeleide naam van de gastheer (Fraxinus) waarvan de soort afhankelijk is. De juiste benaming voor de geslachtelijk vorm is nu Hymenoscyphus fraxineus. Als synoniem mag Hymenoscyphus pseudoalbidus gebruikt worden, maar de nieuwe naam is dus een stuk eenvoudiger te onthouden. De ongeslachtelijke fase (in de boom) blijft Chalara fraxinea heten. De Nederlandse naam blijft ‘essentaksterfte’.

 

Praktijk

Door het zien van heel veel essen, individuen, soorten en cultivars is er een beeld ontstaan over essentaksterfte in Nederland. Op basis van de voorbeelden in de praktijk zijn we licht positief over de geremde ontwikkeling van de ziekte in Fraxinus excelsior ‘Westhof’s Glorie’. Zeer gevoelig daarentegen is Fraxinus excelsior ‘Pendula’. Opvallend ook is dat we nog geen aantastingen hebben aangetroffen in Fraxinus pennsylvanica. De cultivar Fraxinus excelsior ‘Atlas’ komt uit de verschillende resistentie-onderzoeken als beste alternatief voor Fraxinus excelsior uit de bus.

Door deze geconstateerde feiten kunnen we een richtlijn voor de toepassing van essen geven:
•    Probeer es in beperkte mate toe te passen bij plantwerkzaamheden.
•    Denk bij inboet bijvoorbeeld aan Fraxinus excelsior ‘Atlas’.
•    Plant zo gevarieerd mogelijk aan bij nieuwe projecten.
•    Kies voor de Fraxinus pennsylvanica.

Het herkennen van essentaksterfte is een specialisme, verwarring met andere ziekteverschijnselen is zeer goed mogelijk. Het bepalen van de juiste oorzaak van twijgsterfte in een es vraagt om een deskundig oog. Een aantasting door essentaksterfte is, zeker vanaf de grond, te verwarren met diverse biotische en abiotische factoren. Een aantal voorbeelden van biotische factoren die we veel tegenkomen zijn:
•    Cryptoccoccus spp.
•    Phoma spp.
•    Cladosporium spp.

Een aantal voorbeelden van abiotische factoren zijn:
•    vorstschade
•    zoutschade
•    groeiplaatsverstoring door bijvoorbeeld het graven van een kabelsleuf.

Als twijgen afsterven door een biotische of abiotische factor, dan verschijnen er altijd secundaire schimmels die het aangetaste deel van de twijg verder “opruimen”. Een aantal voorbeelden van secundaire schimmels die veel worden aangetroffen in essen zijn:
•    Pezicula sp.
•    Phomopsis sp.
•    Cytospora sp.
•    Aureobasidium sp.

Wanneer een ziekte op grote schaal conditievermindering en/of sterfte veroorzaakt dan zien we andere, vaak secundaire, schimmels verschijnen. Verwacht wordt dat dit ook met essentaksterfte zal gaan gebeuren. Doordat essentaksterfte op grote schaal voor conditievermindering zorgt zijn ook  secundaire aantasters vaker te zien. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:
•    essenschorsluis
•    essenbastkever
•    ongelijke houtkever
•    bladluizen (Aphis spp.)

 

Bedreigingen

Essentaksterfte is niet de enige primaire factor waar essen in Nederland mee te maken krijgen. De essenprachtkever is weliswaar nog niet in Nederland waargenomen, maar kan in de (nabije) toekomst wel een belangrijke rol gaan spelen. Bij sterfte van es moet ook altijd gedacht worden aan verticillium-verwelkingsziekte. Het vaststellen van de rol van verticillium bij sterfte is belangrijk voor de soortkeuze bij herplant. De rol van honingzwam bij essensterfte zal hoogstwaarschijnlijk in het stedelijk gebied meevallen, in natuurlijke beplanting zal deze rol veel groter zijn.
Mogelijke andere bedreigingen voor de es zijn:
•    essenprachtkever
•    verticillium-verwelkingsziekte
•    echte en sombere honingzwam

Zoals uit bovenstaande blijkt is het nodig met deskundigheid te handelen als het gaat om essentaksterfte. Kennis en ervaring zijn daarbij belangrijk.

 
Ron Schraven.jpg

Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met

Ron Schraven
Hoofd Boomziekten en Aantastingen | ETT | BCMA, BTL Bomendienst B.V.

E: ron.schraven­@btl.nl
T: 055 599 94 44